Print deze pagina
« Vorige | Deze week | Volgende »

Nieuws van de Week

week 11,  2019

Inhoud

Colofon

Het Nieuws van de Week wordt samengesteld door de medewerkers van het bureau van de KBvG.

Indien u wilt reageren op het Nieuws van de Week, dan kunt u uw reactie sturen aan de redactie.

Het Nieuws van de week wordt wekelijks per e-mail verzonden aan de leden en relaties van de KBvG. Wilt u zich uitschrijven voor die wekelijkse mailing, e-mail dan naar kbvg@kbvg.nl.    

KBvG nieuws

Weten wat er speelt? Bezoek een regiobijeenkomst van de KBvG!

Ook in 2019 worden er regiobijeenkomsten gehouden. Die houden we in de maand april op vijf plekken verspreid door Nederland. Hier wordt u niet alleen geïnformeerd over lopende dossiers. We willen juist ook van ú horen wat er speelt binnen onze beroepsgroep. Waar maakt u zich zorgen over? Waar moet de KBvG mee aan de slag? Wat doen we goed en wat kan beter? Daarover gaan we graag met u in gesprek.

2 april regiobijeenkomst in Oostzaan;
3 april regiobijeenkomst in Rotterdam;
9 april regiobijeenkomst in Vught:
15 april regiobijeenkomst in Apeldoorn;
16 april regiobijeenkomst in Wolvega.

We beginnen telkens om 18.30 uur (de broodjes staan om 18.00 uur klaar) en we eindigen met een borrel. Meld u aan via regiobijeenkomst@kbvg.nl.

 

Vacatures in het bestuur

Op dit moment staat er één bestuursvacature open, maar in de loop van het jaar zullen er nog een aantal vacatures ontstaan. Ook de bestuurstermijnen van de heren Jans, Mik en Van Etten lopen af, op respectievelijk 21 juni, 1 juli en 1 september 2019.

Mocht u een bestuursfunctie ambiëren en wilt u zich kandidaatstellen als (toekomstig) bestuurslid? Stuur dan een beknopte CV en motivatiebrief naar kbvg@kbvg.nl, de Vacaturecommissie zal u dan uitnodigen voor een gesprek. Heeft u nog aanvullende vragen nemen dan contact op met het Bureau van de KBvG.

Wetgevingsnieuws

Hoe vaak wordt conservatoir beslag toegepast in strafzaken?

Per 2014 is de Wet conservatoir beslag ten behoeve van het slachtoffer in werking getreden. Doel van deze specifieke vorm van beslag is om zorg te dragen dat de vergoeding van de door het slachtoffer geleden schade door de veroordeelde (in de vorm van een schadevergoedingsmaatregel) daadwerkelijk betaald wordt. Hoe vaak wordt conservatoir beslag toegepast en bij welke typen zaken? Wat is het verloop van zaken waarin conservatoir beslag is gelegd? En hoe vaak volgt het opleggen van een schadevergoedingsmaatregel? Lees verder op recht.nl

Brexit & rechtszaken

Lees hier vragen en antwoorden

Vragen over het bericht dat de beantwoording van Kamervragen is afgestemd met het BKR

Lees hier verder

Vragen over de gevolgen van faillissementen van energiebedrijven voor consumenten

Lees hier verder

Vragen over de diensten van rechtsbijstandsverzekeraars

Lees hier, hier en hier verder

Preventie en bestrijding van stille armoede en sociale uitsluiting

Er zijn diverse moties ingediend, o.a.: "over omlaag brengen van het minimumbedrag aan incassokosten"

Aanpassing van wetten in verband met de invoering van de normalisering van de rechtspositie van ambtenaren (Aanpassingswet Wnra)

Nota naar aanleiding van het verslag

Tuchtrecht

ECLI:NL:GHAMS:2019:799

Tussenbeslissing. Klacht tegen een gerechtsdeurwaarder. Klacht bestaat uit drie onderdelen. Op één onderdeel is de kamer niet ingegaan. Gerechtsdeurwaarder, niet aanwezig op zitting hoger beroep, krijgt gelegenheid nog te reageren ten aanzien van dit klachtonderdeel. Iedere verdere beslissing is aangehouden.

ECLI:NL:GHAMS:2019:755

Klacht tegen een gerechtsdeurwaarder. Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder dat deze 1) een onredelijk korte betalingstermijn heeft gehanteerd en te snel tot beslaglegging is overgegaan, en 2) bij de betekening van het bankbeslag niet de wettelijke termijn van acht dagen heeft aangehouden.

De kamer heeft klachtonderdeel 2 gegrond verklaard en de maatregel van berisping opgelegd. Klachtonderdeel 1 is ongegrond verklaard.

De oorspronkelijke klacht en beslissing zag op twee gerechtsdeurwaarders, waarvan er slechts één hoger beroep heeft ingesteld. Het hof vernietigt de bestreden beslissing en verklaart de klacht in zijn geheel ongegrond. Als uitgangspunt geldt dat een gerechtsdeurwaarder niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk is voor een gedraging die weliswaar is verricht binnen zijn organisatie maar waarbij hij in werkelijkheid in het geheel niet betrokken is geweest.

ECLI:NL:GHAMS:2019:784

Klacht tegen een gerechtsdeurwaarder. Klager maakt de gerechtsdeurwaarder (in hoger beroep nog) een vijftal verwijten. De kamer heeft de klacht op één klachtonderdeel (er is beslag gelegd onder één of meer banken zonder dat een gerechtvaardigd vermoeden bestond dat klager daar bankierde) gegrond verklaard en de maatregel van berisping opgelegd. Voor het overige is de klacht ongegrond verklaard.

Het hof vernietigt de bestreden beslissing en verklaart de klacht op twee klachtonderdelen gegrond. De gerechtsdeurwaarder heeft volgens het hof voldoende aannemelijk gemaakt dat hij een gerechtvaardigd vermoeden had dat klager bij bank A bankierde. Voor het bankieren bij bank B geldt dit echter niet. Het hof legt de maatregel van waarschuwing op en verklaart de klacht voor het overige ongegrond. Het hof ziet aanleiding om af te zien van een kostenveroordeling.

ECLI:NL:GHAMS:2019:785

Klacht tegen een gerechtsdeurwaarder. Klaagster maakt bezwaar tegen de inhoud van een brief. De kamer heeft in de verzetprocedure het verzet van klaagster tegen de beslissing van de voorzitter van de kamer gegrond verklaard wat betreft de brief en heeft de maatregel van een geldboete van €1.000,- opgelegd en het verzet voor het overige ongegrond verklaard.

Het hof verklaart klaagster niet ontvankelijk in haar hoger beroep voor zover dat ziet op andere onderdelen van de klacht dan de kamer gegrond heeft verklaard. Het hof bevestigt de bestreden beslissing met inbegrip van de opgelegde maatregel van de geldboete van €1.000,-. De bejegening in de brief gaat te ver en kan worden aangemerkt als een vorm van oneigenlijke drukuitoefening. Het hof ziet aanleiding om af te zien van een kostenveroordeling.

Jurisprudentie

ECLI:NL:RBROT:2019:1753

Derdenbeslag. Verklaring derde. Artikel 476a Rv. Verklaring moet gelijk worden gesteld met achterwege laten daarvan. Veroordeling derde tot betaling van bedrag waarvoor beslag ten laste van schuldenaar was gelegd als ware de derde zelf de schuldenaar.

ECLI:NL:RBROT:2019:538

Kort geding. 843a Rv vordering. Voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd om van het geschil kennis te nemen. Partijen zijn ter zake van geschillen als dit een forumkeuze als bedoeld in art 25 van de herschikte EEX-Verordening overeengekomen.

ECLI:NL:GHAMS:2019:760

Verzoek tot erkenning en verlof tot tenuitvoerlegging van buitenlandse arbitrale vonnissen. Art. 6 EVRM. Verdrag van New York. Art. 1075 Rv.

ECLI:NL:RBROT:2019:802

Kort geding. Opheffing conservatoir loonbeslag. Belangenafweging.

ECLI:NL:RBDHA:2018:16009

Deelgeschil. Verzoek ziet uitsluitend nog op vaststelling buitengerechtelijke kosten. Geen begroting van de kosten.

ECLI:NL:OGEAM:2018:134

Kort geding. Executierecht. Vordering tot stopzetting veiling afgewezen.

ECLI:NL:RBNHO:2019:1866

Verzoek conservatoir beslag afgewezen. Niet onderbouwd is welk soort beslag moet worden gelegd en wat de wettelijke grondslag daarvoor is.

ECLI:NL:GHAMS:2019:771

Appellant die inmiddels in Nederland woont is, anders dan de kantonrechter had overwogen, ontvankelijk in zijn verzoek op grond van het bepaalde in artikel 475e Rv een beslagvrije voet vast te stellen. Het verzoek is niet toewijsbaar omdat het in strijd met de eisen van goede procesorde is om op basis van dezelfde stellingen en stukken een (in 2017) reeds afgewezen verzoek opnieuw aan de rechter voor te leggen.

ECLI:NL:RBLIM:2019:1746

Kort geding. artikel 705 lid 2 Rv. Eiser vordert opheffing van het door gedaagde gelegde conservatoire beslag. Hij stelt, met een beroep op artikel 705 lid 2 Rv, dat, doordat de bodemrechter in eerste aanleg bij vonnis van 11 januari 2017 de vordering van gedaagde heeft afgewezen, summierlijk is gebleken van de ondeugdelijkheid van die vordering. Gedaagde heeft echter tijdig hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank, zodat geen sprake is van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis. Het vonnis in eerste aanleg van 11 januari 2017 kan dan ook niet gelden als uitgangspunt voor een toewijzing van een in dit kort geding gevorderde opheffing van het beslag. (HR ECLI:NL:HR:2006:AV1559) Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de vordering van gedaagde ondeugdelijk is en dat zij geen belang (meer) heeft bij het door haar gelegde beslag. De vordering van eiser tot opheffing van het door gedaagde gelegde conservatoire beslag wordt afgewezen.

ECLI:NL:RBLIM:2019:2015

Primaire vordering om iedere vorm van aanzegging, executie of incasso van de dwangsommen c.q. de executie van het vonnis waarbij het verbod onder verbeurte van dwangsommen is opgelegd te staken en gestaakt te houden ten aanzien van de gestelde overtredingen. De voorzieningenrechter komt tot het oordeel dat in strijd met het verbod is gehandeld. Vordering afgewezen.

Subsidiaire vordering te bepalen dat de overtredingen van dermate geringe aard zijn dat de dwangsommen niet zijn verbeurd, dan wel de dwangsommen te matigen. De voorzieningenrechter, niet zijnde de dwangsomrechter, kan niet de in artikel 611d Rv bedoelde matigingsbevoegdheid uitoefenen. Vordering afgewezen.

ECLI:NL:RBAMS:2019:1637

In deze zaak gaat het om een verzoek om toestemming om een verpande zaak op een afwijkende wijze te verkopen (artikel 3:251 BW). Verzoekster (Elavon, gevestigd in Ierland), wil de aan haar verpande aandelen in een Nederlandse BV, IPS B.V., verkopen aan Crossbow, één van de schuldeisers die het pandrecht als zekerheid hebben. De grootmoedermaatschappij (de in Zwitserland gevestigde vennootschap Airopack Technology Group AG) heeft garanties voor de leningen verstrekt, en Q-Invest (een aandeelhouder daarvan) zijn mede om die reden als belanghebbenden bij deze zaak betrokken. Rabobank is mede-pandhouder en –geldschieter.

De voorzieningenrechter van de Netherlands Commercial Court constateert dat hij bevoegd is om over dit verzoek te beslissen, en wel op grond van artikelen 25 en 26 van de Brussel Ibis-verordening en artikel 24 van het Verdrag van Lugano. Ook is voldaan aan de overige wettelijke vereisten voor behandeling van een zaak door de NCC. Nederlands recht is van toepassing op de vraag of de gevraagde toestemming moet worden verleend.

Bij de beoordeling van het verzoek draait het om de vraag of de prijs die Crossbow bereid is voor de aandelen te betalen (via een ‘debt-for-equity swap’), de hoogst mogelijke opbrengst genereert voor de aandelen en ervoor zorgt dat de onderneming voortgezet kan worden. Mede gelet op het overgelegde en onweersproken rapport over de waarde van de aandelen concludeert de voorzieningenrechter dat dat het geval is. De aangevoerde verweren worden afgewezen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dan ook toe.

ECLI:NL:HR:2019:326

Art. 81 lid 1 RO. Onderhandse verkoop woning door bank als hypotheekhouder. Vordering koper tegen bank wegens niet-nakoming. Trad bank in eigen naam op (als verkoper) of als vertegenwoordiger van de eigenaren? Art. 3:33 en 3:35 BW. Boete bij doorverkoop en winstderving als schadeposten; toerekening, art. 6:98 BW. Aanvulling feitelijke grondslag eis? Art. 24 Rv.

ECLI:NL:HR:2019:321

Art. 81 lid 1 RO. Pandrecht. Onrechtmatige daad. Art. 3:83 lid 2 BW. Rechtsgeldig pandrecht bank op vorderingen waarop beding van niet-overdraagbaarheis van toepassing is? Goederenrechtelijke of verbintenisrechtelijke werking? Betekenis daarvoor van boetebeding. HR 21 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:682.

ECLI:NL:GHSHE:2019:928

Verzoek exequatur buitenlands arbitraal vonnis/ gelegenheid geboden originele beslissing over te leggen/ gelegenheid geboden originele arbitrage overeenkomst over te leggen/ overgelegde mails/ voorwaardelijk technisch rapport/ onduidelijkheden/ niet voldaan aan aanwijzingen ICCA 2011

ECLI:NL:GHSHE:2018:4447

Verzoek exequatur buitenlands arbitraal vonnis

ECLI:NL:GHSHE:2018:3051

Verzoek exequatur buitenlands arbitraal vonnis

ECLI:NL:GHARL:2019:2041

Appellant brengt dagvaarding in hoger beroep uit tegen een niet bestaande rechtsdag. Nog vóór die niet bestaande rechtsdag, maar na het verstrijken van de hoger beroepstermijn brengt appellant een nieuw exploot uit "onder intrekking en buiten effectstelling" van het eerste exploot. Het hof oordeelt dat het tweede exploot niet een geldig herstelexploot is. En omdat het eerste exploot is ingetrokken, is de aanhangigheid vervallen. Het tweede exploot is na het verstrijken van de hoger beroepstermijn betekend, zodat het hoger beroep niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

ECLI:NL:GHARL:2019:1817

Niet bewezen dat de vordering op de rolzitting in eerste aanleg uitdrukkelijk en ondubbelzinnig is erkend. Het in hoger beroep na bewijslevering gedane beroep op een buitengerechtelijke erkenning is in strijd met de tweeconclusieregel.

ECLI:NL:GHSHE:2019:795

Vordering in conventie van VvE tot betaling van vastgestelde VvE-bijdragen. Geslaagd beroep op nietigheid van besluit tot vaststelling bijdragen wegens strijd met splitsingsakte. Het bestreden tussenvonnis in conventie van 12 april 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:4466, wordt bekrachtigd en de zaak wordt ter verdere behandeling terugverwezen. Vordering in reconventie van appartementseigenaar tegen VvE uit onrechtmatige daad omdat VvE ten onrechte beletsels heeft opgeworpen tegen door appartementseigenaar gewenste levering van appartementsrecht, waardoor de notaris op de beoogde datum de leveringsakte niet heeft gepasseerd.

Bevoegdheid rechter bij een internationaal geschil binnen een onderneming

Bij welke rechter kun je in Europa terecht bij een grensoverschrijdend geschil binnen een onderneming? Conform artikel 24 EEX is de rechter van de plaats van vestiging van de onderneming exclusief bevoegd. Toch blijkt dat antwoord in de praktijk niet altijd evident te zijn, aangezien de verhoudingen binnen een onderneming niet altijd hetzelfde worden geduid. Dit blijkt ook weer uit de zaak E.ON Czech/Dedouch. Lees verder op recht.nl

Tuchtklacht als stuiting in civiele procedure?

Een tuchtklacht of een schriftelijke uiting in een tuchtprocedure kunnen een schriftelijke stuiting ex artikel 3:317 lid 1 BW behelzen en daarmee de verjaring in de civiele beroepsaansprakelijkheidsprocedure stuiten. De tuchtklacht op zichzelf is daarvoor echter onvoldoende. Lees verder op recht.nl

CRvB geeft vuistregels voor herziening van evident onredelijk hoge boetes

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) moet in sommige gevallen verzoeken om een vaststaande boete te herzien opnieuw inhoudelijk beoordelen. De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft in zijn uitspraken van vandaag vuistregels gegeven voor de beoordeling van deze verzoeken. Het gaat in deze zaken om vaststaande boetes aan uitkeringsgerechtigden die gebaseerd zijn op het oude, veel strengere boeteregime en die soms zelfs hoger zijn dan de maximale geldboete die een strafrechter destijds kon opleggen.

Agenda

maart

13

Bijeenkomst Samenwerkingsverband Brede Schuldenaanpak

13

E-codex and the (digital) service of writs

25

Symposium laaggeletterdheid

29

Commissie toetsing

april

1

Bestuursvergadering

2

Communicatiecommissie

2

Regiobijeenkomst Oostzaan

Actualiteiten

Altijd celstraf voor slaan hulpverlener

Rechters mogen geen taakstraffen meer opleggen aan daders die geweld hebben gebruikt tegen hulpverleners en politieagenten. Zij moeten in alle gevallen de cel in, minstens een dag. (...) Volgens tellingen van justitie krijgt één op de drie medewerkers met een ‘publieke taak’, dat zijn dus ook ambtenaren, te maken met enige vorm van agressie. Dat leverde in 2017 nog strafzaken op tegen 7502 verdachten. Lees verder op ad.nl

Meer levenstestamenten, minder huwelijkse voorwaarden

Het aantal levenstestamenten blijft toenemen: in het vierde kwartaal van 2018 met 38 procent ten opzichte van hetzelfde kwartaal in 2017. Het aantal huwelijkse voorwaarden is opnieuw afgenomen: met 22 procent in het laatste kwartaal. In heel 2018 zijn 4.774 minder huwelijkse voorwaarden gemaakt dan in 2017: een daling van bijna 30 procent. Lees verder op knb.nl

Innovatie Nederlandse advocatenkantoren blijft achter

Nederlandse advocatenkantoren doen minder aan innovatie dan kantoren in andere Europese landen. Ze hebben wel een positieve mindset tegenover vernieuwing, maar zetten die te weinig om in daden. Dat blijkt uit het rapport ‘European Legal and Tax Innovation Study’ van Sdu en Lefebvre Sarrut. Lees verder op advocatenblad.nl

Als de computer beslist

Geautomatiseerde besluitvorming komt in alle rechtsgebieden voor. Wat is het eigenlijk en welke rol ligt er voor advocaten? Lees verder op advocatenblad.nl

Modernisering Personenvennootschappen: over benutte en gemiste kansen

Al bijna een halve eeuw tracht men in Nederland te komen tot een nieuwe wettelijke regeling voor de personenvennootschap. De maatschap, vennootschap onder firma (vof) en de commanditaire vennootschap (CV) zijn nu verspreid geregeld in Boek 7A BW en het Wetboek van Koophandel. De regeling stamt goeddeels nog uit de Franse tijd. Zij is bijgevolg archaïsch geformuleerd, niet toegesneden op de huidige behoeften en slechts te doorgronden met gedegen kennis van de rechtspraak van de Hoge Raad. Het onlangs gepubliceerde voorontwerp van de Wet Modernisering Personenvennootschappen moet daar een einde aan maken. Lees verder op mr-online.nl

Voorzitter beslist op klacht? Nee, de griffier

Komt een klacht tegen een advocaat terecht bij de Raad van Discipline, dat is het in de praktijk de griffier die de ‘kennelijk ongegronde’ klachten selecteert. Zonder nader onderzoek beslist de voorzitter conform, wat ten koste gaat van een zorgvuldige behandeling van de kwestie. Dat is de stelling van Henk Rang in een artikel op de opiniepagina van Mr. “Zo’n beoordeling door één functionaris is lankmoedig tegenover de advocaat.” Lees verder op mr-online.nl

Algemeen deken in beroep tegen uitspraak tuchtrechter

De algemeen deken van de Nederlandse orde van advocaten heeft donderdag hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de tuchtrechter. Die legde een advocaat vorige maand een waarschuwing op omdat ze haar geheimhouderstelefoon had uitgeleend aan een cliënt. Lees verder op advocatenblad.nl

RvR pleit voor peer review door advocaten

Nederlandse strafadvocaten doen nog weinig aan peer review door collega’s. Er kan een voorbeeld worden genomen aan een EU-land als Schotland, waar deze kwaliteitstoets intensief wordt toegepast. Dat constateert de Raad voor de Rechtsbijstand naar aanleiding van een recent EU-project. Lees verder op advocatenblad.nl

CvT: dekens moeten zichtbaar rekenschap afleggen

Het college van toezicht wil dat de lokale dekens beter verantwoording afleggen aan de buitenwereld over wat zij doen. Dat schrijft het college in zijn werkplan voor 2019. Lees verder op advocatenblad.nl

'Belachelijke situatie aanpassen': advocaten vragen om vrouw-inclusieve taal in rechtspraak

Het Amsterdamse advocatenkantoor Jebbink Soeteman heeft vrijdag – in het kader van Internationale Vrouwendag – een oproep gedaan aan de Hoge Raad om in uitspraken voortaan vrouw-inclusieve taal te gebruiken. "Zo’n 45% van de advocaten is vrouw, maar ook zij worden in de juridische taal consequent verzwegen." De Hoge Raad zegt in een reactie het voorstel in overweging te nemen. Lees verder op advocatie.nl

En de reactie van de Hoge Raad op persbericht “Amsterdams advocatenkantoor Jebbink Soeteman roept Hoge Raad op tot gebruik van vrouwelijke verwijswoorden in de rechtspraak’

Juridische Poort in het teken van Europese verkiezingen

De Europese Unie werkt aan relevante wetgeving voor het notariaat. Denk daarbij aan anti-witwassen, grensoverschrijdende fiscale constructies, het online kunnen oprichten van een bedrijf en regels over beschermde beroepen. Wat betekenen deze verkiezingen voor het notariaat? Dat wordt duidelijk tijdens de Juridische Poort op 8 april. Lees verder op knb.nl