Print deze pagina
« Vorige | Deze week | Volgende »

Nieuws van de Week

week 2,  2019

Inhoud

Colofon

Het nieuws van de week wordt samengesteld door diverse enthousiaste collega’s.

Indien u wilt reageren op het Nieuws van de Week, dan kunt u uw reactie sturen aan de redactie.

 

 

Nieuws van de week wordt ook wekelijks per e-mail verzonden. Wilt u zich uitschrijven voor die wekelijkse mailing, e-mail dan naar kbvg@kbvg.nl.    

KBvG nieuws

Vragen over de vertraging van de invoering van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet

Leest u hier verder

Wetgevingsnieuws

Wijziging van de Handelsregisterwet 2007

Derde nota van wijziging

Preventie en bestrijding van stille armoede en sociale uitsluiting

Brief van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Modernisering van het ondernemingsrecht

Brief van de minister voor Rechtsbescherming 

Voorontwerp

Concept memorie van toelichting

Planning van het Ministerie van Justitie en Veiligheid voor het jaar 2019

Met onder andere in
Q1: Brief over buitengerechtelijk incasso
Q2: Brief over de commissie Oskam voor de herijking tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders
Wetsvoorstel herziening beslag en executierecht
Wetsvoorstel modernisering bewijsrecht
Q3: Brief over de ontwikkelingen m.b.t. digitalisering rechtspraak 

Tuchtrecht

Gerechtshof Amsterdam 18 december 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:4844

 

Klacht tegen gerechtsdeurwaarders. Volgens klager heeft gerechtsdeurwaarder 1 valsheid in geschrift gepleegd door te vermelden dat de dagvaarding in persoon is betekend, waarvoor gerechtsdeurwaarder 3 mede verantwoordelijk is. Gerechtsdeurwaarder 2 heeft volgens klager ten onrechte klager niet eerst nog aangemaand alvorens te dagvaarden. De kamer heeft de klacht tegen gerechtsdeurwaarder 2 gegrond verklaard, zonder oplegging van een maatregel. De klachten tegen gerechtsdeurwaarders 1 en 3 heeft de kamer ongegrond verklaard. Het hof bevestigt de bestreden beslissing. Lees verder op rechtspraak.nl

Gerechtshof Amsterdam 18 december 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:4837

Klacht tegen gerechtsdeurwaarders. Klager verwijt de gerechtsdeurwaarders dat zij ten onrechte kosten in rekening hebben gebracht voor een mislukt derdenbeslag en een slotenmaker en dat geen informatie is verstrekt. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof verstaat twee klachtonderdelen als ingetrokken, verklaart één klachtonderdeel waar de kamer niet op heeft beslist ongegrond en bevestigt de bestreden beslissing voor het overige. Lees verder op rechtspraak.nl

ECLI:NL:TGDKG:2018:111 kamer voor gerechtsdeurwaarders

De klacht betreft meerdere klachtonderdelen. Door de gerechtsdeurwaarder wordt een database gebruikt die in feite in handen is van zijn grootste opdrachtgever waarbij de opdrachtverstrekking aan de gerechtsdeurwaarder automatisch verloopt waarop onvoldoende controle is, het bij de gerechtsdeurwaarder lopende aantal beslagen op de voorlopige teruggaaf is niet alleen in absolute zin onverklaarbaar hoog maar ook in vergelijking met andere kantoren, het in strijd met de wet in een groot aantal gelegde beslagen standaard stellen van de beslagvrije voet op nihil en een door de gerechtsdeurwaarder afgelegde verklaring over het bij hem in behandeling zijnde aantal dossiers tijdens een bij hem gehouden audit. De gerechtsdeurwaarder heeft aangevoerd dat de KBvG niet bevoegd is de klacht in te dienen, niet bevoegd is om onderzoek te doen op zijn kantoor, het daarbij verkregen bewijs buiten beoordeling moet blijven en het bewijs ontbreekt dat het bestuur rechtsgeldig heeft besloten een klacht tegen hem in te dienen. Verder heeft de gerechtsdeurwaarder de klachten inhoudelijk bestreden. De kamer acht de KBvG bevoegd om een klacht in te dienen en alvorens dat te doen ook enig onderzoek mag verrichten. De KBvG is echter niet bevoegd nader (kantoor)onderzoek te doen indien de door de gerechtsdeurwaarder gegeven antwoorden onbevredigend zijn. Dit omdat het algemeen toezicht op de naleving van de gehele Gdw en de op die wet gebaseerde regelgeving, inclusief het toezicht op de integriteit van de gerechtsdeurwaarders en anderen die toegang hebben tot de ambtsuitoefening per 1 juli 2016 is opgedragen aan het BFT. Dat toezicht gaat gepaard met aan het BFT toekomende, op de Algemene wet bestuursrecht berustende bevoegdheden en aan de gerechtsdeurwaarder toekomende waarborgen. De KBvG komen deze bevoegdheden en te geven waarborgen niet toe. Door nader onderzoek te doen op het kantoor van de gerechtsdeurwaarder, heeft de KBvG naar het oordeel van de kamer dan ook haar (onderzoeks-) bevoegdheden in het kader van het indienen van een tuchtklacht overschreden. Dat resulteert hierin dat de resultaten uit het kantooronderzoek niet bij de beoordeling van de klacht kunnen worden betrokken. Als die resultaten buiten beschouwing worden gelaten, is wat er resteert van wat aan het eerste, tweede en derde klachtonderdeel ten grondslag is gelegd, onvoldoende om vast te stellen dat door de gerechtsdeurwaarder tuchtrechtelijk laakbaar is gehandeld. Dat door de gerechtsdeurwaarder (al dan niet bewust) informatie aan de auditor is onthouden, kan door de kamer evenmin worden vastgesteld. Op gronden als in de beslissing vermeld ziet de kamer ook geen aanleiding om toepassing te geven aan de in artikel 34 lid 6 Gdw aan haar toegekende bevoegdheid. Lees hier verder.

ECLI:NL:TGDKG:2018:115 kamer voor gerechtsdeurwaarders

Verzoek tot wraking. De kern van het verzoek is gelegen in het feit dat verzoeker vreest dat de tuchtrechter vanwege zijn vermeende afhankelijke relatie binnen zijn kantoororganisatie tot een ander lid daarvan, niet vrijelijk als tuchtrechter zou kunnen beslissen over een klacht door de KBvG, omdat het lid van zijn kantoororganisatie daarvan bestuurslid is. De Wrakingskamer is van oordeel dat die vrees onvoldoende grond voor wraking van de tuchtrechter oplevert. Het verzoek wordt afgewezen

ECLI:NL:TGDKG:2018:109 kamer voor gerechtsdeurwaarders

De klacht betreft het leggen van een beslag op een zakelijke rekening waarop gelden van derden staan en het niet betekenen van het van het beslag opgemaakte proces-verbaal. De kamer overweegt dat er beslag is gelegd op een rekening die op naam van klager stond hetgeen niet laakbaar is. Dit klachtonderdeel wordt ongegrond verklaard. Ook het andere klachtonderdeel wordt als zijnde een eenmalige vergissing van een medewerker ongegrond verklaard.

ECLI:NL:TGDKG:2018:108 kamer voor gerechtsdeurwaarders

De klacht betreft het niet ingaan op diverse verzoeken en het dreigen en intimideren door een medewerkster. De kamer overweegt dat niet is gebleken dat de gerechtsdeurwaarder klaagster erop heeft gewezen dat zij zich voor een verzoek voor een afkoelingsperiode had moeten wenden tot de gemeente, hetgeen wel op zijn weg had gelegen. Ook is niet gebleken dat de gerechtsdeurwaarder klaagster heeft medegedeeld dat haar verzoek om een regeling door zijn opdrachtgever was afgewezen. De kamer verklaart die klachtonderdelen gegrond, legt de gerechtsdeurwaarders de maatregel van berisping op en verklaart het andere klachtonderdeel ongegrond.

ECLI:NL:TGDKG:2018:124 kamer voor gerechtsdeurwaarders

Beslissing op verzet. Uit rechtsoverweging 4.1 van het arrest blijkt dat klager het bedrag waarvoor hij is veroordeeld reeds betaald heeft. Dit had naar het oordeel van de kamer aanleiding voor de gerechtsdeurwaarder moeten zijn om de titel terug te koppelen naar de opdrachtgever. Uit de overgelegde producties en het verhandelde ter zitting blijkt bovendien dat klager de gerechtsdeurwaarders op de inhoud van het arrest heeft gewezen en daarmee ook op de reeds verrichte betaling. Nu de gerechtsdeurwaarders de opdracht niet hebben teruggekoppeld aan de opdrachtgever en zich aan hun ministerieplicht hebben gehouden zonder de inhoud van het arrest met de opdrachtgever te overleggen, is in dit geval sprake van tuchtrechtelijk laakbaar handelen. Voor zover de opdrachtgever de executie na overleg toch had willen doorzetten was dit aanleiding voor de gerechtsdeurwaarders geweest om de weg van artikel 438 lid 4 Rv te volgen. Verzet gegrond, maatregel van waarschuwing.

ECLI:NL:TGDKG:2018:123 kamer voor gerechtsdeurwaarders

De gerechtsdeurwaarder heeft een door klager verrichte betaling in een ander dossier afgeboekt en ten onrechte derdenbeslag gelegd. De vordering is niet duidelijk met klager gecommuniceerd. De gestelde bejegening kan niet worden vastgesteld. Klacht gedeeltelijk gegrond, maatregel van waarschuwing.

ECLI:NL:TGDKG:2018:122 kamer voor gerechtsdeurwaarders

Beslissing op verzet. Klacht gaat over beslaglegging van meer dan drie jaar geleden, dus is te laat ingediend. Dat klagers toenmalige advocaat de dochter van de gerechtsdeurwaarder is, is niet tuchtrechtelijk laakbaar. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

ECLI:NL:TGDKG:2018:120 kamer voor gerechtsdeurwaarders

Er is niet binnen een redelijke termijn op een brief van klaagster gereageerd. Aanmelding schuldhulptraject schort tenuitvoerlegging vonnis niet op. Niet gebleken dat kosten niet conform de daarvoor geldende regelingen zijn berekend. Klacht gedeeltelijk gegrond, geen maatregel.

ECLI:NL:TGDKG:2018:118 kamer voor gerechtsdeurwaarders

Gerechtsdeurwaarder sub 2 heeft ten onrechte bankbeslag gelegd. Gerechtsdeurwaarder sub 1 heeft het bankbeslag slechts overbetekend. De gestelde bejegening is niet onderbouwd. De klacht gericht tegen gerechtsdeurwaarder sub 1 is ongegrond. De klacht gericht tegen gerechtsdeurwaarder sub 2 is ten aanzien van het gelegde bankbeslag gegrond. Klacht is voor het overige ongegrond. Geen maatregel.

Jurisprudentie

HvJ EU (Tiende kamer) van 22 november 2018 ECLI:EU:C:2018:941

Prejudiciële verwijzing – Verordening (EG) nr. 861/2007 – Europese procedure voor geringe vorderingen – Artikel 2, lid 1, en artikel 3, lid 1 – Toepassingsgebied – Begrip ,partijen’ – Grensoverschrijdende zaken. Verzoek van de Okresný súd Dunajská Streda om een prejudiciële beslissing. Lees verder op https://curia.europa.eu.

Gerechtshof Amsterdam 17 oktober 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:4242

Geen schorsing tenuitvoerlegging (ontruiming), nu tenuitvoerlegging geen misbruik van executiebevoegdheid oplevert. Lees verder op rechtspraak.nl

Gerechtshof Amsterdam 1 mei 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:1516

Kort geding. De geïntimeerde vordert verstrekken bescheiden aangaande financiële situatie, uitvoerbaar bij lijfsdwang (gijzeling). De eerste rechter heeft de vordering (grotendeels) toegewezen. De appellante bestrijdt niet dat de gevorderde gegevens voor de beoordeling van haar vermogenspositie relevant zouden kunnen zijn, noch voert zij aan dat deze niet aan de maatstaf van art 843a Rv voldoen. Haar bezwaar betreft met name de uitvoerbaarheid bij lijfsdwang. Zoals de eerste rechter oordeelde, is toepassing van lijfsdwang in casu gerechtvaardigd, nu van het opleggen van een dwangsom geen voldoende prikkel zal uitgaan. Daarbij is gelet op de gebleken onwil van de appellante om voldoende inzicht in haar inkomens- en vermogenspositie te verschaffen en op het geheel ontbreken van bekende voor verhaal vatbare goederen. Herformulering van de toewijzing in verband met uitbreiding ten aanzien van nadere bescheiden. Lees verder op rechtspraak.nl

Rechtbank Noord-Nederland 17 december 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:5447

 Verlenging ontruimingstermijn. Wanbetaling. Lees verder op rechtspraak.nl

Rechtbank Midden-Nederland 19 december 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:6486

Kort geding. Verwijdering BKR registratie afgewezen. Lees verder op rechtspraak.nl

Rechtbank Den Haag 21 december 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:15512

Afwijzing vordering tot opheffing van derdenbeslagen, die door gedaagde zijn gelegd nadat door eiseres eigenbeslag is gelegd op een in een vonnis aan gedaagde toegewezen vordering. Volgens eiseres staat het eigenbeslag in de weg aan het leggen van de derdenbeslagen. Het eigenbeslag wordt echter opgeheven (zoals in reconventie is gevorderd). De voorzieningenrechter volgt gedaagde in conventie/eiseres in reconventie in haar standpunt dat dat beslag onnodig is en haar recht op tenuitvoerlegging van het vonnis frustreert. Lees verder op rechtspraak.nl

Rechtbank Oost-Brabant 27 december 2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:6562

Europese procedure voor geringe vorderingen; luchtvaartzaak. Instapweigering - geldige instapkaart? Lees verder op rechtspraak.nl

Kantonrechter Rotterdam 14 december 2018 RBROT:2018:10411

Oproepingsperikelen: art. 47 stempel ontbreekt in origineel exploot. Lees verder op rechtspraak.nl

Rechtbank Rotterdam 19 december 2018 RBROT:2018:10810

Wrakingsverzoek afgewezen. Taak van de rechter ter zitting. De rechter heeft bij een comparitie de mogelijkheid om buiten het partijdebat te treden om te onderzoeken of er mogelijk nog andere belangen spelen en/of er andere mogelijkheden zijn om het geschil op te lossen. De beslissing om geen nadere comparitie van partijen te houden is een procesbeslissing die de rechter toekomt en die beide partijen raakt, ook als tijdens de comparitie de mogelijkheid is genoemd de comparitie voort te zetten. Lees verder op rechtspraak.nl

Rechtbank Rotterdam 19 september 2018 RBROT:2018:10855

Openbare betekening; curator spreekt bestuurder aan; curator gehouden om een kopie van de dagvaarding toe te zenden aan het hem bekende e-mailadres van de bestuurder zonder (bij de curator) bekende woon- of verblijfplaats. Lees verder op rechtspraak.nl

Voorzieningenrechter rechtbank Oost-Brabant 28 december 2018 RBOBR:2018:6530

Mondeling vonnis. Kaping huurwoning door ex-echtgenote. Onrechtmatige daad. Veroordeling woning terstond (dezelfde dag) te verlaten. Toewijzing dwangsom en machtiging sterke arm. Lees verder op rechtspraak.nl

Kantonrechter Den Bosch 3 januari 2019 RBOBR:2019:21

Huur bedrijfsruimte. Levert de vestiging van een KFC met drive-through naast het gehuurde een gebrek op? Voorlopige voorziening. Geen spoedeisend belang. Lees verder op rechtspraak.nl

Rechtbank Den Haag 3 januari 2018 RBDHA:2019:27

Eigen aanvraag faillissement securcash afgewezen. Er zijn voldoende liquide middelen om alle schuldeisers van de vennootschap te betalen. Daarom is er geen sprake van een toestand dat de vennootschap is opgehouden te betalen als bedoeld in artikel 1 Fw. De failissementsaanvraag van de holding in een parallelle zaak is ook afgewezen. Lees verder op rechtspraak.nl

Brabantse rechter: ‘Vonnis te laat door hoge werkdruk’

In een vonnis in kort geding heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant ondubbelzinnig de aandacht gevestigd op de hoge werkdruk bij rechtbanken. De rechter schrijft dat het niet lukte om het vonnis op de beoogde uitspraakdatum van 17 december 2018 klaar te hebben. Lees verder op mr-online.nl

Beschermingsbewind in algemeen belang?

Om greep te krijgen op de kosten van beschermingsbewind worden door gemeenten allerlei pogingen ondernomen. Als meest vergaande oplossing is bedacht dat de gemeente beschermingsbewind voor mensen met een laag inkomen zelf exclusief gaat uitvoeren: “Wil je gratis beschermingsbewind, dan moet je bij de gemeente zijn.” De gemeente Deventer strandde op een oordeel van de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Er was sprake van oneerlijke concurrentie, zo oordeelde de autoriteit. De gemeente Groningen heeft eenzelfde stap gezet, maar ACM oordeelde anders. De gemeenteraad van Groningen had in het verleden beschermingsbewind als activiteit van algemeen belang aangemerkt, met als gevolg dat de ACM niet bevoegd is. Een makkelijke manier om ACM onbevoegd te maken. Het College voor beroep en bedrijfsleven steekt hier een stokje voor. Van ‘algemeen belang’ is niet zo maar sprake. Lees verder op Schuldinfo.nl

Vervroegde onteigening: enkele procedurele vereisten

(i) Met de invoering van de vervroegde onteigening en de vervroegde plaatsopneming is door de wetgever tijdswinst beoogd. Dat doel kan ook worden gediend als beide procedures kort na elkaar aanhangig worden gemaakt, en het staat de onteigenende partij dan ook vrij dit te doen.
(ii) Als de rechtbank de vervroegde onteigening uitspreekt, moet zij daarbij ook (in het dictum) de onteigenende overheid veroordelen om bijkomende voorzieningen (zoals een aanbod tot voortgezet gebruik) gestand te doen. Lees verder op recht.nl

Agenda

januari

9

Overleg KBvG pilot persoonlijke alarmeringssystemen

10

Overleg JenV inzake Centraal aandeelhoudersregister

17

Kwartiermakersoverleg vereenvoudiging bvv

18

KBvG Commissie Toetsing

24

Kwaliteitsconferentie rechtbank Rotterdam

Actualiteiten

Nieuwe wetten voor faillissement en affectieschade

Ook in 2019 treden er weer een reeks wetten in werking die voor veel juristen relevant zijn. De faillissementsprocedure gaat op de schop, het wordt makkelijker om disciplinaire maatregelen te nemen tegen rechters en er komt een vergoeding voor affectieschade van naasten van slachtoffers. De redactie van Mr. zet de belangrijkste veranderingen op een rijtje. Lees verder op mr-online.nl

Procederen bij kantonrechter goedkoper door indexering

Procederen bij de kantonrechter is sinds 1 januari goedkoper geworden, althans voor degene die aan het langste eind trekt. Dat is het gevolg van het feit dat het zogenaamde salaris gemachtigde voor gerechtelijke procedures bij de sector kanton voor het eerst in veertien jaar opnieuw is geïndexeerd. En maar liefst met 20,1 procent. Lees verder op mr-online.nl

Rechter Judith Swinkels lid Raad van Advies NOvA

Rechter en voormalige D66-Kamerlid Judith Swinkels is benoemd tot lid van de Raad van Advies van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA). Zij komt in de plaats van Thom de Graaf die vice-voorzitter is geworden van de Raad van State. Lees verder op mr-online.nl

Madelon de Wilde voorgedragen voor benoeming niet-rechterlijk bestuurslid

Het gerechtsbestuur van de rechtbank Noord-Nederland is verheugd te kunnen melden dat Madelon de Wilde is voorgedragen voor benoeming tot niet-rechterlijk bestuurslid. Met haar komst zal het bestuur weer voltallig zijn. Madelon zal vanaf 18 februari starten in haar nieuwe functie en vult daarmee de plek op die sinds het vertrek van Marcel Poorthuis vacant was. Lees verder op rechtspraak.nl

Netherlands Commercial Court voor Engelstalige handelsgeschillen van start

Het is vanaf nu mogelijk om ook Engelstalige handelsprocedures uit te vechten bij de Amsterdamse rechtbank. Per 1 januari 2019 is het Netherlands Commercial Court (NCC) geopend, voor internationale handelsgeschillen in zowel eerste als tweede aanleg (NCC District Court and NCC Court of Appeal). Lees verder op Advocatie.nl